Feeds:
Berichten
Reacties

Posts Tagged ‘museum’

De Hanzedagzaal, waar een Hanzedag anno 1518 wordt verbeeld (Foto Hansemuseum, Lübeck)

De Hanzedagzaal in het Museum, waar een Hanzedag anno 1518 wordt verbeeld (Foto Hansemuseum, Lübeck)

Tijdens een tripje dat ik vorige maand maakte langs een aantal Duitse Hanzesteden – waarover later wellicht nog eens meer – kwam ik natuurlijk ook in Lübeck. Op 27 mei 2015 is daar het gloednieuwe Europäisches Hansemuseum geopend. Daar moest ik uiteraard heen. Ik ben er drie uur gebleven en dit zijn mijn bevindingen.

Het museum bevindt zich op een schitterende locatie in een middeleeuws Dominicanenklooster, het Burgkloster, waar nieuwe gedeelten aan zijn toegevoegd die zich voor een belangrijk deel onder de grond bevinden. Je komt binnen en koopt een entreebewijs waar een elektronische tag in is verwerkt. Dan daal je af met een lift en betreed je een donkere ruimte waar een kronkelend gangpad je nog wat verder omlaag brengt. Zware geluiden dreunen rond en hier en daar wordt een voorwerp aangelicht in het halfduister. Twee flinke, oud uitziende zeilschepen, zwakjes verlicht, hun zeilen langzaam bewegend in een luchtstroom, trekken de aandacht. De boodschap is meteen duidelijk: je bent hier niet in zomaar een Hanzemuseum, waar braaf aan de hand van objecten een historisch verhaal wordt verteld. Je bent binnengekomen in wat niets minder dan een echte Hanze-Experience belooft te worden!

Die eerste donkere zaal verbeeldt Nowgorod, de handel op Rusland en de erfenis van de Vikingen en Gotlanders. Hoe die in de 11de en 12de eeuw de kusten van de Oostzee verkenden en er handel begonnen te drijven. Het oerbegin van de Hanze. De wanden van de ruimte worden in beslag genomen door lichtgevende infopanelen. Je activeert die met je entreebewijs en alles wordt in het Duits, Engels, Zweeds of Russisch aan je voorgeschoteld. Die panelen en schermen bevatten veel informatie in de vorm van tekst, beeld, filmpjes en graphics. Zoveel zelfs dat een belangrijk deel van de bezoekers geruime tijd in die eerste zaal blijft hangen om alles goed te kunnen lezen en bekijken.
Het Museum is ingericht als een afwisselende opeenvolging van donkere en helder verlichte ruimten, ik telde er veertien, waar het verhaal van de Hanze wordt verteld aan de hand van de vier ‘Kontore’ van de Hanze en vier tijdmarkeringen: Nowgorod 1150, Lübeck 1226, Brugge 1361 en Londen 1500. Helemaal tot slot volgen dan nog Bergen in de 17de eeuw en het einde van de Hanze. De ruimtes kennen een vaste volgorde, je kunt wel teruglopen, maar dan loop je tegen de bezoekersstroom in.

Men heeft een balans proberen te vinden tussen zalen die vooral op evocatie en beleving zijn gericht (de donkere, met licht- en geluidseffecten) en de lichte zalen die zich meer concentreren op uitleg aan de hand van objecten in vitrines. Die belevingszalen gaan bijvoorbeeld over handel en tonen dan een overvloed van stoffen en andere handelswaar; over de bouw van middeleeuwse steden zoals Lübeck; over de Pest van 1348 (opgezette-ratten-alert!) of over hoe een Hanzedag nu precies plaatsvond. De vitrine-zalen bevatten onder meer keizerlijke oorkonden met privileges, een paar scheepsmodellen en het kasboek van een Hanze-handelaar. Let wel, originele objecten en oorkonden zijn er nauwelijks in het Museum, het gaat in de meeste gevallen om replica’s en modellen. Daarom is de term Museum ietwat misleidend, beleving van het verhaal met moderne middelen staat voorop en niet het tonen van voorwerpen uit een collectie. Wie originelen wil zien zal zich elders moeten vervoegen, maar het Hansemuseum is werkelijk de Hanze Experience.

Overigens is er met de wijze van informatievoorziening in het museum niets mis. Maar het is wel erg veel. Zelden ben ik in een museum geweest waar men zich zo intensief bekommert om volledige informatie-overdracht. Geen slappe verhaaltjes, of versimpelingen, wie het Europäisches Hansemuseum bezoekt wordt gründlich doordrenkt met informatie. Dat betekent dat je na de tiende zaal wel wat van je aandachtsscherpte gaat verliezen. Gelukkig is er dan die ruimte waar een Hanzedag anno 1518 wordt verbeeld. De agenda wordt groot geprojecteerd, met aandacht voor alle wezenlijke discussies, maar ook voor de procedurele flauwiteiten tussen de steden onderling. Dan volgt nog een zaal die gewijd is aan religie en je jezelf plots in de schemer terugvindt tussen wassen beelden van priesters en monniken die er griezelig realistisch bijstaan. Maar daar blijft het dan wel bij qua humor. Het Museum is dan wel een Experience, maar kent een serieuze instelling waar weinig plaats is voor luchtig vermaak.

Londen in 1500 is de laatste zaal van Deel 1. De macht en reikwijdte van de Hanze komen hier goed tot hun recht.

Londen in 1500 is de laatste zaal van Deel 1. De macht en reikwijdte van de Hanze komen hier goed tot hun recht.

Als je de eerste veertien zalen bent gepasseerd heb je deel 1 van het Museum gehad. Daarna is er nog deel 2. Dit deel bevindt zich in een ander stuk van het Burgkloster, waarvoor je weer naar buiten moet. Niet zo handig, maar het kon blijkbaar niet anders. Eerst kom je in een ruimte die de Finale heet en mij enigszins verbijsterde door zijn stijlbreuk met al het voorgaande. Popmuziek, ‘Changes‘ van David Bowie, schalt er keihard door de ruimte, waar vier enorme poppen staan opgesteld die vier Hanzekooplieden voorstellen. ‘Changes’, vanwege de veranderde verhoudingen in Europa na 1600, de Atlantische handel, de handel op Azië.
‘Ch-ch-ch-changes’, het einde van de Hanze. Toen ik de dienstdoende mevrouw vroeg naar het hoe en waarom, gaf ze enigszins besmuikt te kennen dat zij het ook niet helemaal begreep en dat er nog wat nadere uitleg nodig zal zijn. ‘Het is ook allemaal wat nieuw, ziet u, het is nog niet af’.

Het laatste onderdeel van het Hansemuseum heet het Hanselab. Hier bevindt zich het Hanze-onderzoeks- en documentatiecentrum in oprichting, met een conferentiezaal en kleine exposities over bepaalde aspecten van de Hanze. Ook is daar aandacht voor archeologie en voor het Nachleben, zoals het gebruik van de Hanze als merk, voor kapsalons tot rederijen, tot voetbalclubs tot sigaretten. Dit Hanselab is naar mijn idee een interessant onderdeel en hopelijk gaat het een belangrijke rol spelen in het bijeen brengen van wetenschappelijk onderzoek en publieke belangstelling.

Het was een enerverend bezoek waarmee ik vele uren zoet was. Maar vond ik het nou een goed museum? Ondanks het bombardement aan informatie miste ik nogal wat. De hele vijftiende eeuw kwam niet aan bod, en de verhouding met de Hollandse steden bleef ook zwaar onderbelicht, wat voor iemand die zich uitgerekend met de verhouding tussen de Hanze en Holland in de vijftiende eeuw bezighoudt nogal teleurstellend is. Schepen en scheepsarcheologie spelen jammer genoeg ook geen grote rol. Het gebruik van een tag om infopanelen en dergelijke te activeren wekt bij mij wel eens wat tegenzin op, maar dat is een persoonlijke voorkeur en, toegegeven, het werkte wel goed. De Finale is echt een stijlbreuk en oogt bovendien nogal potsierlijk. Maar het restaurant is uitstekend, met een mooi terras en uitzicht over de stad en de haven. Ten slotte is het Europäisches Hansemuseum in Lübeck het enige museum ter wereld waar het complete verhaal van de Hanze met moderne middelen aan een breed publiek wordt verteld. En dat doet de balans uiteindelijk wel positief uitslaan. Ga er dus vooral heen als je in Lübeck bent, sowieso een prachtige stad, ook voor wie niet speciaal in de Hanze is geïnteresseerd.

Europäisches Hansemuseum Lübeck

www.hansemuseum.eu

Read Full Post »

Sinds dit weekend is het Scheepvaartmuseum in Amsterdam weer open na vier jaar gesloten te zijn geweest voor renovatie. De eerste indruk is dat het museum niet alleen is gerenoveerd, maar meer dan dat, het is getransformeerd.

Dankzij de overkapping van de binnenplaats kunnen daar 's avonds evenementen worden gehouden. Het museum laat zich graag verhuren als locatie!

Laat ik voorop stellen dat ik de vernieuwing zeer toejuich. De vormgeving, het gebruik van het gebouw, de presentatie, de toepassing van multimedia. Het is een schitterend geheel geworden dat zijn gelijke niet kent in Nederland. Wat men daarbij gedaan heeft is tevens een nieuwe standaard gezet van het begrip ‘museum’. Ik weet niet precies hoe ik dat nou het best kan uitleggen. Men heeft afscheid genomen van wat traditioneel een museum is: een gebouw met een collectie, schilderijen aan de muren, vitrines met voorwerpen en hier en daar een diashow. Dat wil het nieuwe Scheepvaartmuseum niet meer zijn. Men wil niet alleen liefhebbers en kenners binnen de poort krijgen, maar ook mensen die nooit in een museum komen en gezinnen met kinderen een ‘maritieme beleving’ bieden.

Dat betekent nogal wat. Het oude museum met zijn onduidelijke opstelling, onlogische indeling en overmaat aan collectie-items is niet meer. Is dat erg? Nee, dat is prima, al zullen er ongetwijfeld wat mensen zijn die zich vertwijfeld afvragen waar toch al die roeibootjes zijn gebleven en waar de koningssloep is. Zij zullen hun oude museum ternauwernood terug herkennen. Maar zoals directeur Willem Bijleveld bij de opening al zei: “Dit is een museum voor de 21ste eeuw”. En zo is het maar net. De manier waarop traditionele collectie-voorwerpen als globes en navigatie-instrumenten worden uitgestald is trouwens fenomenaal. De liefhebber daarvan blijft men uitstekend bedienen, maar het museum is uitdrukkelijk geen depot meer.

Jaren lang concentreerden musea zich op hun collectie. Dat was de kern, zo zei men en alles waar men geen verstand van had, of wílde hebben, werd ge-outsourced. Dat leek soms verstandig, zolang het goed ging. Uit eigen ervaring weet ik dat een cateraar die je restaurant exploiteert, of een winkelexploitant, soms dingen doet waar je helemaal niet blij mee bent en zie dan maar om het tij te keren. Ontevreden bezoekers die jouw museum er op aan kijken dat er rommel in de winkel wordt verkocht en individuele bezoekers die niet bediend worden omdat er nu eenmaal een veel lucratievere groep in het restaurant is neergestreken en daar alle aandacht naar toe gaat. Slepende rechtszaken kunnen het gevolg zijn.

De afgelopen jaren zijn musea meer en meer een speler geworden op de totale vrijetijdsmarkt. Het draait allang niet meer alleen om de kenners en liefhebbers. De overheid eist ook van ze dat musea ondernemender worden en voor een groot deel hun eigen geld verdienen om nog voor subsidie in aanmerking te komen. Dan volstaat het niet meer je alleen om je zogeheten kerntaken te bekommeren. Je moet je breder opstellen als museum en dat hebben ze bij het Scheepvaartmuseum uitstekend begrepen. Als je de kennis niet hebt, dan haal je die binnen en daarom beschikt het museum nu over een meer dan uitgebreide marketingafdeling. Ondersteunende diensten zoals een evenementenbureau en een restaurant worden in eigen beheer geëxploiteerd. Het museum is er trots op zelfs twee chef-koks in dienst te hebben!

Het zeemagazijn is ontworpen door Daniel Stalpaert en een schitterend voorbeeld van 17de-eeuws Hollands classicisme. Dankzij de recente renovatie ogen de muren weer als nieuw. (Foto's Het Scheepvaartmuseum)

Ik hoor de oude garde al mopperen: ‘het is gewoon een pretpark geworden, meneer’. En dat is nu net de denkfout, want het museum is geen pretpark, maar heeft een nieuwe categorie geschapen, waar je natuurlijk ook heel goed pret kunt maken. We noemen dat nu nog wel een museum, maar het is anders geworden. Ik ben erg enthousiast en de tijd zal ongetwijfeld leren of men de juiste keuzes heeft gemaakt. Maar de toon is gezet denk ik. Ik vermoed dat nog vele musea de kant van het Scheepvaartmuseum op zullen gaan, totdat, wellicht, over een jaar of 20, iemand bedenkt dat het allemaal weer anders moet.

Read Full Post »