Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Uncategorized’ Category

Bron: Universitätsbibliothek Heidelberg, Cod. Pal. germ. 359; Rosengarten zu Worms

Bron: Universitätsbibliothek Heidelberg, Cod. Pal. germ. 359; Rosengarten zu Worms

In de Middeleeuwen waren oorlogen minstens zo gruwelijk als nu, maar toch wel kleinschaliger, zeker waar het oorlogen in onze contreien betreft. Van massale vernietiging was absoluut geen sprake. Als men in middeleeuwse bronnen spreekt over 100.000 doden, zouden het er ook best 1000 kunnen zijn, of honderd. Misschien bedoelde men wel gewoon ‘veel’. Tussen het jaar 1000 en 1300 werden zeven veldslagen uitgevochten tussen de graven van Holland en de bisschoppen van Utrecht. Dorpsoorlogen, zonder meer, met veel gekrakeel, hier en daar een helm met vederdos en nog jaren napraten over hoe erg het was. Dat was het dan ook wel , waarschijnlijk.

Toen ik in de jaren ’80 Middeleeuwse geschiedenis studeerde besteedden we tijdens een werkcollege aandacht aan een veertiende-eeuws kroniekje over die strijd tussen Holland en Utrecht. Het was een klein werkje, in het Latijn, dat we nauwgezet vertaalden om zo wat meer licht op de geschiedenis te kunnen werpen. Dat kroniekje staat bekend als de Bella Campestria, ofwel ‘Veldslagen’.

Tijdens het opruimen van een kast kwam ik het werkstuk pas weer tegen. De vertaling omvat slechts een paar A4-tjes, maar wat was het leuk om die tekst weer te lezen. Omdat er op het hele internet geen enkele Nederlandse vertaling van de Bella Campestria te vinden is doe ik het maar hier. Samen met een korte inleiding over wat voor tekst het is.

Degene op wiens initiatief en onder wiens begeleiding we indertijd de studie uitvoerden en de vertaling maakten is helaas niet meer onder ons. Daarom draag ik dit blog op aan Hans van Rij, middeleeuws historicus en kenner van middeleeuwse Latijnse bronnen over Nederlandse geschiedenis.

DOWNLOAD PDF

Bella Campestria – De strijd tussen de de bisschoppen van Utrecht en de graven van Holland. (337 Kb)

Read Full Post »

PieterPaulus advocaatfiscaal

Zo. Vandaag 21 januari 2013 is Barack Obama geïnaugureerd voor zijn tweede termijn als 44ste president van de Verenigde Staten van Amerika.
Zoals we weten wordt ons land sinds 1813 geregeerd door vorsten uit de Oranje-dynastie, waar het vóór 1795 juist de burgers waren die de macht bezaten, met de Oranjes in de bescheiden rol van stadhouders. Dienaren van de staat dus slechts, van het chique soort, dat dan weer wel.

Toch heeft Nederland in die periode juist tussen 1795 en 1813 bijna ook een heuse president gekend. Nadat immers Willem V, de laatste van de Oranje-stadhouders, naar Engeland was gevlucht werd hier naar Frans revolutionair voorbeeld en onder invloed van de Franse militaire macht op 19 januari 1795 de Bataafse Republiek uitgeroepen.
Een jaar later, op 1 maart 1796, trad in Den Haag de Eerste Nationale Vergadering aan, de directe voorganger van ons huidige parlement en bovendien tamelijk democratisch (voor die tijd dan) tot stand gekomen. Tot voorzitter werd gekozen de Zeeuw Pieter Paulus (1753-1796). De vergaderingen vonden plaats in de balzaal van het toenmalige stadhouderlijk hof aan het Binnenhof, de zaal die later de ‘oude’ Tweede Kamer zou worden.

Pieter Paulus was afkomstig uit een bescheiden niet-adellijk milieu in het Zeeuws-Vlaamse Axel, waar zijn vader burgemeester was. Tijdens zijn studiejaren in Utrecht ontpopte Pieter Paulus zich tot een van de ideologen van de patriotse beweging. In 1773 publiceerde hij een boek, getiteld Het nut der Stadhouderlijke Regeering aangetoond, waarin hij zich evenwel kritisch uitliet over diezelfde stadhouderlijke regering, ook al wees hij deze niet volledig af. In 1785 werd de jurist Paulus benoemd tot advocaat-fiscaal van de Admiraliteit van de Maze in Rotterdam. Een mooie toekomst leek voor hem weggelegd, zeker toen hij trouwde met Françoise Vockestaert, afkomstig uit een rijke Delftse regentenfamilie.

In 1788 werd hij echter uit zijn ambt gezet, juist vanwege zijn patriotse sympathieën. Pieter Paulus week uit naar Frankrijk, maar keerde samen met de Franse legers in 1795 terug naar ons land, waar hij uitgroeide tot een van de voormannen van de Bataafse Revolutie. Omdat hij alom gerespecteerd werd, niet de radicale stroming binnen de Patriotten vertegenwoordigde en mogelijk daarom als verbindend werd gezien, koos men Pieter Paulus op 1 maart 1796 tot voorzitter van de Eerste Nationale Vergadering. De taak van dit – gekozen- orgaan, was het voorbereiden van een ontwerp voor een nationale grondwet, naar Frans en indirect ook naar Amerikaans voorbeeld.

Als het toen allemaal was gelukt was Nederland misschien wel een presidentiële Republiek geworden, zoals de Verenigde Staten, en waren we nu óók aan onze 44ste president toe geweest. Maar het liep anders. Tijdens de feestelijkheden in Den Haag rondom de geboorte van de Nationale Vergadering vatte Pieter Paulus kou. Door blootshoofd op straat te lopen, zo wordt gezegd. Dat koutje werd een longontsteking en enkele weken later, op 17 maart 1796, overleed hij.

De man die misschien de eerste echte president van Nederland had kunnen worden raakte in vergetelheid en daarom is het wel mooi dat vorig jaar nog in Trouw door een journalist een pleidooi werd gehouden om de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer alsnog naar Pieter Paulus te vernoemen. Dat zou een schrale troost zijn voor onze democratie in het jaar dat een begin wordt gemaakt met de viering van 200 jaar monarchie.

(Bron: Biografie van Pieter Paulus op dbnl.org)

Read Full Post »

Kaart van Zutphen, editie Blaeu

Even voor de duidelijkheid, maar ik ben dus iemand die altijd studie en werk achterna is verhuisd. Eerst het werk van mijn ouders en later mijn eigen studie en werk achterna. Ik ben geen huismus en heb nooit gebakken gezeten aan één bepaald plekje op de wereld. Tenminste, dat dacht ik. Dus toen er bijna 6 jaar geleden een carrièreperspectief opdoemde dat het noodzakelijk maakte om vanuit de Randstad naar Oost-Nederland te verhuizen hoefde ik daar, na consultatie van het thuisfront, niet lang over na te denken. We verkochten ons huis, dat ging in 2007 nog vrij makkelijk, en gingen in Zutphen wonen.

Als je er voor de eerste keer komt, als toerist, dan zie je een alleraardigst stadje aan de rivier de IJssel. Een mooie kerktoren, middeleeuwse stadsommuring, twee keer per week markt in het centrum (al sinds het einde van de 12de eeuw elke donderdag!), een paar leuke winkeltjes, een prachtige bosrijke omgeving. Mensen die elkaar op straat groeten, het prettige onthaastte gevoel in winkels, waar men nog tijd heeft voor een praatje. Ja, daar willen we wel wonen, dachten we. En dan gaan we ons aanmelden bij verenigingen en lokale netwerken, we storten ons in het sociaalculturele leven en gaan helemaal Zutphenaren worden. Zutphenees ben je alleen van geboorte, dat had ik al begrepen, maar vooruit, er moest wat van te maken zijn.

En we hebben het wel geprobeerd, vind ik zelf. We hebben aansluiting gezocht, maar op de een of andere manier is dat nooit echt gelukt. Je kunt de mens wel uit de Randstad halen, maar de Randstad niet uit de mens, of zoiets. Of misschien was de noodzaak tot inburgering nooit zo dwingend aanwezig, vonden we het toch niet de moeite waard of bij nader inzien niet interessant genoeg. Vooral toen begin 2011 familieomstandigheden onze aanwezigheid in het westen steeds vaker nodig maakten en ik bovendien mijn dienstverband in Zutphen wilde beëindigen, werd de mentale afstand allengs groter. We zouden op korte termijn weer in het westen gaan wonen, terug naar de kust.

Toen ging de knop ook helemaal om. Op straat zag ik alleen nog maar bejaarden, heftig roodharige babyboomvrouwen, met van die bloemen op hun fietsstuur. Babyboommannen met ringbaardjes en mouwloze vesten, antroposofentypes in wild wapperende gewaden. Mensen die ‘wa’s dat dan’ zeggen, als ze iets nieuws horen. De gemoedelijke praatjes in winkels gingen me ergeren. ‘Schiet liever op’, dacht ik nu. En het besef drong meer en meer door dat we daar helemaal niet thuis hoorden. Thuis, dat is de Hollandse kust, ook al woonde ik daar al bijna 30 jaar niet meer. Allemaal vooroordelen, vast wel, maar zoals een vriend van vroeger ooit eens schreef: iedereen heeft vooroordelen nodig om niet te verloederen.

En nu, begin 2013 is het dan eindelijk zo ver. Het oude huis is verkocht en een nieuw huis werd gevonden. Zutphen, ‘Sufstad’, zoals we het steeds vaker noemden, ligt nu achter ons. We zijn weer Kennemers geworden, zoals vanouds. Met de zee, duinen en bollenvelden op fiets- of zelfs loopafstand. Even naar de markt in Haarlem en ook een doordeweeks avondje naar een theater in Amsterdam kan weer gewoon. De soms wat botte directheid van de mensen hier vinden we zelfs normáál. We blijken weer thuis te zijn, wie had dat gedacht!

Zal ik het missen, Zutphen? Mwah. Dat je vanuit huis de eindeloze achterhoekse bossen in kan lopen en nooit iemand tegen komt, de IJssel die elk jaar spectaculair buiten zijn oevers treedt, de vele bosvogels in je eigen tuin. De ruimte om je heen die in de Randstad zo afwezig is, die zal ik alleen nog tijdens vakanties ervaren. Maar verder is Zutphen nu een stad geworden waar ik ook ooit een tijdje gewoond heb en waarvan ik de naam wat meer dan die van andere steden herken op de ANWB-borden.

Read Full Post »

Verwolde is een fraai landgoed ten noordoosten van Laren in Gelderland. In zijn huidige vorm dateert het uit de 18de eeuw. Je kunt het bezichtigen, er is een oranjerie met exposities, een theeschenkerij, een formele tuin, bijgebouwen, een ‘Engelse’ tuin met arboretum, een oprijlaan en verder alles wat een klassiek landgoed hoort te hebben. Tot voor kort werd het zelfs bewoond door een heuse baron, Van der Borch Heer van Verwolde, die met straffe hand zijn huis met de omringende landerijen bestierde.

Maar voorbij het huis, de tuinen en de landerijen is er ook veel bos. Hectares eikenlanen, beukenpercelen, lindelanen, hakhout met tussendoor wat vennetjes, ruigten en open plekken. In die bossen zijn dit jaar enorm veel paddestoelen te vinden, vooral op de opengehakte plekken. Nu ben ik geen groot paddestoelenkenner en ik heb niet de moeite genomen om van al die verschillende zwammen de naam op te zoeken. Vaak is dat ook veel te moeilijk voor een niet-specialist. Daarom laat ik het bij een slideshow, je ziet in elk geval een keer een vliegenzwam, inktzwam, stinkzwam en een grote sponszwam voorbijkomen. Zwam ze!

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Read Full Post »

Behalve soldaten sneuvelen schoonheid en kunst ook als eersten in een oorlog. Dat gold bij uitstek voor de kathedraal van Reims in de Eerste Wereldoorlog. Deze schitterende gotische kathedraal, waarvan de bouw in de 12de eeuw begon en die in 1211 werd gewijd, stond vanaf september 1914 praktisch permanent in de vuurlinie. Stad en kerk kregen vele Duitse granaten te verduren. De kathedraal overleefde de oorlog, zij het zwaar gehavend. De prachtige kalkstenen beelden waren aan puin geschoten. Het gebrandschilderde glas was zo goed als totaal verwoest. Men besloot om de kerk te herbouwen en de ornamenten te restaureren waar mogelijk.

Wat nu in Reims is te zien is feitelijk grotendeels een reconstructie van wat er ooit was. Zeker geldt dat voor de vele beelden, waarvan sommige er wel heel erg als nieuw uit zien. Natuurlijk had men er voor kunnen kiezen om ook het glas zoveel mogelijk in middeleeuwse stijl te reconstrueren. En dat is ook wat in de eerste jaren van de herbouw, tot aan de Tweede Wereldoorlog, is gebeurd. Traditioneel werkende ateliers, zoals die van Marq en Simon, togen aan het werk om het glas zoveel mogelijk in oude staat terug te brengen. Of er van het 15de-eeuwse gebrandschilderde glas nog oude werktekeningen bestonden, zoals het geval is met de cartons van de Goudse Glazen in Gouda, is mij niet bekend, maar dat lijkt gezien de totale verwoesting niet erg waarschijnlijk. Het laatste raam als traditionele reconstructie, de rozet in de zuidelijke transept, werd in 1980 opgeleverd.

De rozet in de westelijke façade. Een creatie van Brigitte Simon.

Intussen had men besloten ook andere wegen in te slaan. De beroemde schilder Marc Chagall kreeg in 1971 opdracht om ontwerpen te maken voor een drietal ramen in de centrale kapel van het koor, aan de achterzijde van de kerk. Hij heeft dat in zijn kenmerkende stijl gedaan en met verbluffend resultaat. Het werk kwam in 1974 gereed, volstrekt 20ste-eeuws en helemaal Chagall, maar tegelijk in harmonie met het overige gebrandschilderde glas in de kathedraal.

Koning Lodewijk IX (Saint Louis) spreekt recht, een raam van Marc Chagall (detail).

De doop van Clovis – raam van Chagall (detail)

Door te kiezen voor nieuw in plaats van reconstructie hebben het kerkbestuur en het Franse ministerie van Cultuur lef getoond. Erfgoed uit verleden en heden worden nu op een inspirerende manier met elkaar verbonden. In 2011, ter gelegenheid van het 800-jarig bestaan, is men nog een stap verder gegaan. De Duitse kunstenaar Imi Knoebel (1940) heeft uiterst kleurige ramen ontworpen voor de beide koorkapellen aan weerszijden van de ‘Chagall-kapel’. Het uitvoerende werk is gedaan door het zelfde atelier Marq uit Reims dat ook de ramen van Chagall had gemaakt. Sommige glasgedeelten zijn doorzichtig, andere juist niet, wat het gebrandschilderde glas diepte en gelaagdheid geeft. Knoebel heeft bovendien gekozen voor een abstracte voorstelling in primaire kleuren. Het verhalende karakter, de ramen als prentenboek zoals je dat in middeleeuwse kerken ziet, heeft men daarmee verlaten. Maar het resultaat is des te fascinerender.
Oordeel zelf.

Meer info op culture.gouv.fr

Alle foto’s van de auteur.

Read Full Post »

Na een aantal jaren voor een historische uitgeverij te hebben gewerkt vond ik het vorig jaar tijd worden om iets anders te gaan doen. Dat wil zeggen, het delen, openbaar maken en promoten van historische kennis is altijd mijn drijfveer geweest. Daar wilde ik ik dus gewoon mee doorgaan, ook nu ik niet meer voor een particulier bedrijf werkte, maar voor een aan een overheid gelieerde instelling.
De kans deed zich kort geleden voor om te gaan werken aan een app. De historische canon van Zuid-Holland, een eerder voltooid project, leende zich daar uitstekend voor. De canon was bedacht en opgesteld door medewerkers van het Provinciaal Historisch Centrum Zuid-Holland, mijn huidige collega’s. Er was al een website en een boek. Een app voor de smartphone (iPhone én Android) was het logische gevolg.

Omdat ik al eens eerder informeel wat had gesproken over apps met Bert Vegelien van Books2Download lag het voor de hand om eens met hem en vormgeefster Rian Visser verder te praten. We bleken al snel op één lijn te zitten. We zouden een historische app gaan maken, geen ‘ver-appt’ boek, wat eigenlijk nauwelijks meer dan een e-book zou zijn, maar ook geen ‘state-of-the-art’-applicatie met augmented reality (AR), layar-techniek en wat al niet. Mijn ervaring vanuit de historische uitgeverij zei me dat het publiek dat in geschiedenis is geïnteresseerd helemaal niet op dergelijke toeters en bellen zit te wachten. Die stap zou te groot zijn. Bovendien wordt zo’n app daar alleen maar nodeloos traag en ingewikkeld van. Omdat iets technisch kan, betekent dat nog niet dat het ook moet.

Veel geschiedenisliefhebbers zijn sowieso al helemaal niet zo van de e-applicaties. O zeker, ze vinden het mooi, die AR-toepassingen. Vol bewondering bekijken ze de demo-filmpjes en vertellen elkaar over wat er nu toch weer allemaal mogelijk blijkt. Maar zelf gebruiken? Echt niet. Ze willen boeken vasthouden, papier ruiken, enfin, de hele riedel. Om een dergelijk kritisch publiek voor een app te winnen moet die app zo makkelijk mogelijk in elkaar zitten, intuïtief te gebruiken zijn en toch voordelen hebben boven een ‘gewoon’ boek. Hij moet instant historische verhalen bieden, dankzij gps gekoppeld aan locaties, zodat je in één oogopslag kunt zien: Hé, ik ben nu daar-en-daar en dat heeft te maken met die-en-die historische gebeurtenissen. Simpel, maar doeltreffend.

En dat is wat we hebben gedaan. De vijftig ‘vensters’, historische ‘kapstokken’ om zo te zeggen, werden verbonden met ruim 135 locaties in de provincie Zuid-Holland waar de geschiedenis zich heeft afgespeeld. Van de restanten van het Kanaal van Corbulo uit de vierde eeuw, tot aan de imposante Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg. Van de bollenvelden in het Noorden, tot aan Goeree-Overflakkee in het Zuiden.

Nu is hij er dan, de app. In zowel een iOS als een Android versie. Als je hem downloadt krijg je alles binnen, er hoeven naderhand geen sub-onderdelen te worden gedownload. Hij werkt dus ook offline. Wat we wel gedaan hebben is een audiofunctie ingebouwd. De teksten worden desgewenst voorgelezen, wat erg handig is als je ergens bent en je net je leesbril niet bij je hebt. Die mp3-bestanden worden van een externe website opgehaald, omdat de app anders te zwaar zou worden.

Kastelen, forten, monumenten, wegen en straten, verdwenen dorpen, steden en landgoederen, overstromingen, stormvloeden en bedijkingen. Er zit veel water in de geschiedenis van Zuid-Holland. Niet verwonderlijk voor een gebied dat zijn ontstaan en bestaan aan de zee en de rivieren dankt. Nu is het er allemaal op zakformaat. De geschiedenis ligt niet alleen op straat en voor je neus, maar zit nu ook in je broekzak.

Ga naar de Appstore voor iPhone/iPad of ga naar Google Play voor Android-toestellen. Of zoek op ‘Geschiedenis Zuid-Holland’ en installeer de app.

PS: De app heet ‘Geschiedenis van Zuid-Holland’, terwijl hij eigenlijk ‘Canon van Zuid-Holland’ zou moeten heten. Maar het woord ‘Canon’ zou zeer waarschijnlijk door Apple niet worden geaccepteerd op merkrechtelijke gronden. Dat risico wilden we niet nemen.

Read Full Post »

De Batavia op het Markermeer tijdens de opnamen voor de film ‘Scheepsjongens van Bontekoe’, maart 2007. (Foto Ad van der Zee)

“Zeg, dat schip de Batavia die bij Lelystad ligt, dat is toch dat nepschip? En dat schip bij het Scheepvaartmuseum in Amsterdam, dat is toch een echte?” Deze opmerking werd van de week tegen mij geuit en hoe ver kan iemand naast de waarheid zitten, want in werkelijkheid is het precies andersom gesteld met het gehalte aan authenticiteit van beide scheeps-replica’s. Maar de gedachte was helder: het ene schip ligt afgemeerd bij een nep-koopjesdorp (Batavia Stad) in een gure polderstad. Dat moet dan ook wel een nepschip zijn. En dat schip bij het schitterende Scheepvaartmuseum, dat kan toch niet anders of het is een zorgvuldige reconstructie van het verleden.

Hoe diep is de Bataviawerf in Lelystad gezonken, want het zal niet lang duren of bovenstaande gedachtegang wordt gemeengoed. En dat zou jammer zijn, want ook al lijkt de bedrijfsvoering van de Bataviawerf al jaren nergens naar, met het schip an sich is niks mis. Met veel liefde en tomeloze inzet van honderden mensen is tussen 1985 en 1995 een prachtig schip gebouwd, waarbij zoveel mogelijk recht gedaan is aan een 17de-eeuwse manier van werken, met 17de-eeuwse maatvoering en gebruikmaking van zoveel mogelijk authentieke materialen. Het kromhout ís ook echt kromhout en de constructie altijd zo ambachtelijk mogelijk uitgevoerd.

Ik weet een beetje waar ik over spreek, want ik heb er jaren gewerkt, altijd op het snijvlak van historisch onderzoek en publieksvoorlichting. Ik heb de opkomst meegemaakt en de hoogtijdagen van 1993 tot 1995 toen er jaarlijks meer dan 300.000 mensen naar Lelystad kwamen om het schip te zien. Van heinde en verre, vanuit de hele wereld kwamen ze. Tot eind jaren ’90, toen begon het langzaam te kantelen en vandaag de dag is de werf, waarvan ooit gedacht werd dat die tot een van de toptien-attracties van Nederland zou kunnen uitgroeien, niet meer dan een schamel aanhangsel van het genoemde koopjesdorp. Aan nieuwe schepen gewerkt wordt er niet meer, de oorspronkelijke initiatiefnemers wentelen zich in frustratie en wrok en de laatste medewerkers met werkelijke kennis van zaken zijn ontslagen. Er wordt weliswaar nagedacht over een nieuwe positionering en een fusie met het nabijgelegen Nieuw Land Erfgoedcentrum, maar één ding is duidelijk: de tijden van weleer komen nooit meer terug.

Ik zou er nog eens een boek over moeten schrijven, want voor een deugdelijke analyse van hoe het allemaal is verlopen is hier geen plek. Laten we ons voorlopig maar even koesteren aan het recente verleden, toen het nog wel goed ging en de Batavia een toonbeeld was van hoe je het verleden met het heden kunt verbinden. Ik heb daarom een speciaal Pinterest Board ingericht waar ik foto’s van de afgelopen 25 jaar op heb geplaatst en de komende tijd nog vele zal toevoegen. Ook heb ik nog niet al te lang geleden, in 2005/6, een rondleiding geschreven voor de Batavia die zeer recent nog door een Bataviawerf-vrijwilliger in een nieuw jasje is gestoken. Die rondleiding, in pdf-formaat (6,7 Mb), is hier te downloaden: BATAVIA rondleiding Voor de echte liefhebber van 17de-eeuwse scheepsbouw. Het lijkt misschien een wat hard verhaal dat ik hier neerschrijf, maar het is zoals het is. Ik trap niet na, ik kijk niet om in wrok. Ik hoop alleen dat het schip de Batavia in de toekomst de aandacht zal krijgen die het verdient. En die toekomst ligt denk ik niet in het troebele water van het Markermeer bij Lelystad. Daar zal het schip alleen langzaam wegkwijnen in vergetelheid.

Read Full Post »

« Newer Posts - Older Posts »