Feeds:
Berichten
Reacties

Archive for the ‘Muziek’ Category

Georg Ludwig, keurvorst van Hannover (1660-1727), was van 1714 tot 1727 koning van Engeland en Schotland als George I.

Toen stadhouder Willem III in 1702 kinderloos overleed, luidde dat in de Republiek het Tweede Stadhouderloze Tijdperk in. Zoals men weet was Willem sinds 1688 (de ‘Glorious Revolution’) ook koning van Engeland. Daar had Willem zijn schoonzus Anna al eerder tot regentes benoemd en zij volgde hem op. Anna (‘Queen Anne’) was de dochter van Jacobus II, de katholieke koning die in 1688 door Willem III was verdreven. Anna was weliswaar protestant, maar de kans dat de katholieke Stuarts en hun aanhangers, de z.g. jacobieten, opnieuw de macht zouden grijpen achtte het Parlement zo groot dat een wet werd aangenomen die bepaalde dat uitsluitend protestantse erfgenamen de troon zouden mogen bezetten. Die erfgenamen waren de Duitse vorsten van het Huis Hannover, via-via afstammelingen van koning Jacobus I.

Een belangrijke gebeurtenis tijdens de regering van Queen Anne was de vereniging van Schotland en Engeland in 1707 onder één kroon. Toen Queen Anne in 1714 overleed, vielen daarom beide tronen toe aan het Huis Hannover. Engeland en Schotland werden vanaf toen geregeerd door George I.
Koning George I was niet alleen een door en door Duitse vorst die aanvankelijk niet eens Engels sprak (laat staan Schots), hij haalde ook een hele sleep maîtresses naar zijn Londense paleizen.

In Schotland leidde dit alles tot een versterking van de jacobitische beweging, die herstel van de Stuarts op de Schotse troon nastreefde. De beweging werd vanuit Frankrijk geleid door James Francis Edward, een zoon van Jacobus II en een halfbroer van Queen Anne. In 1715 zou het daadwerkelijk tot een opstand komen, de zogeheten Rebellion of the Fifteen. Later volgde een tweede opstand die in 1746 in bloed werd gesmoord tijdens de Slag bij Culloden.

Tot zover de historische achtergronden. Onderdeel van de jacobitische strijd was het zwartmaken en ridiculiseren van Koning George I en zijn Londense ‘bordeel’ en het mobiliseren van de Schotten tegen diens regime. Om dat te bereiken werd er een schitterend spotdicht gemaakt met de titel ‘Cam ye o’er frae France?’ (“Ben je vanuit Frankrijk overgekomen?”). Met bijtend sarcasme worden koning George (“Geordie Whelps”) en diens kliek weggezet als rondneukende niksnutten, terwijl men in Schotland armoe lijdt en de landerijen verkommeren. De laatste twee strofen geven echter aan dat de jacobieten zich nog niet gewonnen hebben gegeven. Ze bereiden zich voor en komen terug om een potje te knokken met George, “to dance a jig with Geordie”.

De tekst van het lied bevat nogal wat woorden die uit Schotse dialecten komen en tal van verwijzingen naar personen uit de Schotse en Engelse politiek. Een verklarende woordenlijst is daarom wel nodig. Erg mooi is het woord ‘kittle hoosie’. In het Nederlands zouden we zeggen: kietelhuisje, ofwel: een bordeel.

Een volledige uitleg en verklaring van de tekst is te vinden op
http://www.telusplanet.net/public/prescotj/data/music/camyeoer.html

 

Cam ye o’er frae France

Cam ye o’er frae France? Cam ye doon by Lunnon?

Saw ye Geordie Whelps and his bonnie woman?

Were ye at the place ca’d the Kittle Hoosie?

Saw ye Geordie’s grace riding on a goosie?

Geordie he’s the man, there is little doubt o’t;

He’s done a’ he can, wha can dae withoot it?

Doon there cam a blade linkin’ like my lordie;

He wad drive a trade at the loom o’ Geordie.

Though the claith were bad, blithely may we niffer;

Gin we get a wab, it mak’s little differ.

We hae lost our plaid, bonnet, belt and swordie,

Ha’s and mailins braid – but we hae a Geordie!

Jocky’s gone tae France, and Montgomery’s lady;

There they’ll learn tae dance: – Madam, are ye ready?

They’ll be back belive, belted, brisk and lordly;

Brawly may they thrive tae dance a jig wi’ Geordie!

Hey for Sandy Don! Hey for Cock-a-Lorum!

Hey for Bobbin’ John, and his Hieland Quorum!

Many’s the sword and lance, swings at highland hurdie;

How they’ll skip and dance, o’er the bum o’ Geordie!

 

Steeleye Span

Begin jaren ’70 heeft de indertijd populaire folkrockband Steeleye Span een mooie versie opgenomen van Cam ye o’er frae France, te vinden op hun album Parcel of Rogues uit 1972.

Een Youtube-audio met historische afbeeldingen vind je hier:

http://youtu.be/8NrHkf7rB34

En een wat gedateerde live-uitvoering vind je hier:

http://youtu.be/nVe-izA-Fj4

Advertenties

Read Full Post »

Een moderne illustratie bij de ballade van Tam Lin door Dan Dutton

Een jaar geleden schreef ik hier een stukje over Samhainn, de Keltische oerversie van Halloween en Sinte Maarten. Toen kende ik nog niet de fraaie ballade over Tam Lin die ook veel met Halloween te maken heeft en tevens een mooie link geeft tussen beide hoogtijdagen.
Het lied over Tam Lin werd eind 16de eeuw opgetekend in het grensgebied van Schotland en Engeland, in de streek die bekend staat als de ‘Scottish Borders’. Het lied verhaalt over een koningsdochter, Janet, die ondanks de waarschuwing van haar vader bloemen gaat plukken in het betoverde bos van Carter Hough. En owee, jonge meisjes die bloemen gaan plukken in Carter Hough worden onherroepelijk bezwangerd door Tam Lin, een soort bosgeest die daar woont en waar iedereen zeer bevreesd voor is. En ook Janet blijkt bij thuiskomst zwanger. Maar in plaats van deemoedig te trouwen met één van de ridders in de hall en zo de schande te bedekken, gaat Janet terug naar Carter Hough om verhaal te halen bij Tam Lin.

Dan krijgt ze van hem het hele verhaal te horen: hoe Tam Lin ooit een gewone ridder was die op een kwade dag ontvoerd werd door een Fairy Queen. Zij heeft hem al die tijd gevangen gehouden totdat het tijd zou zijn voor de Fairy Queen om haar zevenjaarlijkse tienden (Eng. tithe) te betalen aan de Hel. Een soort Sint-Maarten-collecte zouden we kunnen zeggen. Ook de geesten uit de hel willen hun loon. Gelukkig niet elk jaar, maar toch. Uiteraard vindt de collecte plaats op de avond dat wereld van de geesten en die van de mensen het dichtst bij elkaar komen, op Halloween dus. En Tam Lin vreest dat hij nu aan de beurt is om als tiende-betaling in natura te dienen en afgevoerd te worden naar de hel.

Maar gelukkig is daar de dappere Janet. Tijdens de intocht op Halloween met de overige faeries zal Tam Lin van zijn witte hengst vallen en dan moet zij hem met haar mantel bedekken, zo spreken ze af. Intussen zal hij veranderen in een slang, een leeuw en andere angstwekkende verschijningsvormen, maar als ze volhoudt zal de betovering worden verbroken. Aldus geschiedde. Of ze daarna nog lang en gelukkig leefden vermeldt het verhaal niet, wel dat de Fairy Queen buiten zichzelf van woede raakte.

Van de ballade over Tam Lin zijn vele versies en variaties overgeleverd. Er is zelfs een hele website aan gewijd en in Engeland is het verhaal zeer bekend en verspreid. In de jaren ’70 is het lied opgenomen door de befaamde folkrockband Fairport Convention, met de al even befaamde zangeres Sandy Denny. Van hun versie is een uitvoering te horen op You Tube. Een dergelijk lied paste prachtig in de hippiecultuur van die dagen.
Het werd dan wel ‘pas’ in de 16de eeuw opgetekend, elementen uit het lied doen vermoeden dat het een stuk ouder moet zijn. En ook zijn thema’s uit Tam Lin terug te vinden in allerlei andere volksballaden, zowel op de Britse eilanden als op het vasteland.
Tienden, aan de hel of aan de landheer, moesten overal betaald worden.

Read Full Post »

Het is Kerstmis en overal vliegen de kerstdeuntjes je om de oren. Religieuze muziek, al dan niet voor Kerst, heeft een stokoude traditie die teruggaat naar de vroege Middeleeuwen. De monniken dreunden hun gregoriaanse gezangen op vanuit hun benedictijner kloosters om het opperwezen gunstig te stemmen, als het ware.

In latere tijden, zo na 1400, werd muziek steeds gecompliceerder en melodieuzer. De componisten van polyfone motetten uit de 15de en 16de eeuw verlieten die middeleeuwse bescheidenheid en wilden nu zelf de engelenkoren imiteren, om zo te zeggen. Hun missen, motetten en madrigalen maakten ze vierstemmig, twaalfstemmig of nog meer. Het kon ze niet ingewikkeld genoeg, hoe gecompliceerder, des te hemelser.

Thomas Tallis op een gravure, 100 jaar na zijn dood. Er zijn geen afbeeldingen van hem bekend die tijdens zijn leven zijn gemaakt.

De absolute kampioen van het meerstemmig motet was de Engelsman Thomas Tallis (1505-1585). Omstreeks 1570 schreef hij het magistrale Spem in Alium, een motet voor maar liefst 40 stemmen, verdeeld over 8 koren van elk vijf stemmen.
Dit stuk wordt live niet vaak uitgevoerd. Vind maar eens 40 uitmuntende zangers die dit kunnen en een locatie waar de muziek tot zijn recht komt. Het mooist is het wanneer een klein publiek kan worden omringd door de zangers, zodat de stemmen en koren van alle kanten op je af komen. Dat kon misschien aan het hof van koningin Elizabeth, maar tegenwoordig alleen bij heel speciale gelegenheden.

Gelukkig zijn er wel verschillende goede uitvoeringen van Spem in Alium op cd, onder andere van de Tallis Scholars en het Taverner Choir. Mijn favoriete uitvoering is die van de King’s Singers. Deze is niet alleen op iTunes verkrijgbaar, maar ook op YouTube te zien. Het aparte eraan is dat er door hen alleen gebruik wordt gemaakt van mannenstemmen, net zoals dat waarschijnlijk in de tijd van Tallis gebeurde. Zoals op het filmpje is te zien, is deze opname tot stand gekomen door alle 40 stemmen groepsgewijs te dubben, want de King’s Singers bestaan uit slechts zes man. De opname vond dus niet in één keer plaats, maar het resultaat is er niet minder fraai om. Engelenmuziek, zonder meer.

[http://youtu.be/XJDLQZWKWe8]

Read Full Post »