Moeder wordt 100

Mijn moeder, Adriana Eijgenraam, roepnaam Jeanne, werd geboren op 28 april 1922, dat is dus precies 100 jaar geleden. Ongelofelijk, om te kunnen zeggen dat je moeder al honderd is, ware het niet dat ze al in 1990 is overleden.

Mijn moeder (links) op 6-jarige leeftijd met haar zussen. Foto dateert uit ongeveer 1928, verbeterd en ingekleurd. Het jongste zusje is mijn tante en zij leeft nog.

Ze was de derde dochter in het gezin van Adriaan Eijgenraam (1888-1960) en Adriana van der Kooij (1890-1977); ze had twee oudere zusters, een jongere broer en nog een jonger zusje. Die laatste leeft nog, verder is iedereen al dood. Mijn opa en oma Eijgenraam trouwden in 1918. Toen mijn moeder werd geboren woonde het jonge gezin aan het Jaagpad in Rijswijk, in een rijtje arbeidershuisjes – ze staan er nog aan de Vliet, langs wat ooit de oude trekvaart was tussen Delft en Den Haag, vlakbij het gemaal van de Plaspoelpolder. Haar beide ouders stamden uit een familie van tuinders in en om Delft. De Van der Kooijen waren een zeer uitgebreid geslacht van tuinders uit zowel De Lier, Vrijenban en Hof van Delft. De Eijgenramen zaten wat dichter op de stad Delft en waren niet alleen tuinders, maar ook handelaren in groenten en fruit. Warmoeziers werden ze genoemd. Mijn opa werd geboren aan de Raam, midden in de oude stad, zijn vader was zo’n warmoezier, net als zijn opa.

Mijn moeders vader was blijkbaar een slimme jongen, want hij werd naar het middelbaar onderwijs gestuurd om door te leren. Hij moest verder komen in het leven, zo moeten zijn ouders hebben gedacht, niet op de tuinderij, maar in het bedrijfsleven. Delft had zich vanaf de eeuwwisseling ontwikkeld tot een belangrijke industriestad, waar banen en carrières ruim voorhanden waren. Dat kwam voor een groot deel door de bekende industrieel Van Marken, maar ook andere bedrijven vestigden zich in die tijd in Delft. Mijn grootvader ging werken als administratief medewerker bij de Nederlandse Kabelfabriek (NKF), een nieuw bedrijf dat sinds 1914 in Delft was gevestigd, aan de Schie. Hij schopte het daar uiteindelijk tot procuratiehouder, hoofd van de boekhouding. Hij toonde ambitie. Het kleine huisje aan het Jaagpad werd al snel ingeruild voor een groter huis aan de Lipkensstraat in Delft. Rond 1930 verhuisde het gezin naar een grote woning, een villa bijna, aan de Heemskerkstraat nr 4, vlakbij het Agnetapark. Daar zou mijn moeder de rest van haar jeugd, tot aan haar huwelijk, doorbrengen. Mijn opa had het goed gedaan. Hij had een belangrijke positie in het bedrijfsleven, met functies in de kerk en als bestuurslid bij Uitvaartvereniging ‘De Laatste Eer’. Dat laatste kwam hem uiteindelijk goed van pas. Hij overleed in 1960 en werd begraven op Begraafplaats Jaffa in Delft; mijn oma zou in 1977 bij hem worden begraven. Naar hem ben ik vernoemd, trouwens. [tekst loopt door na de foto]

Mijn moeder Jeanne Eijgenraam in 1940, op 18-jarige leeftijd.

Mijn moeder bleek over een goed verstand te beschikken. Ook al was zij lichamelijk niet heel sterk en was ze vaak ziek, ze deed het goed op school en mocht van haar ouders naar de Mulo. Mijn grootouders hechtten belang aan voortgezet onderwijs. Zo mocht haar oudste zus naar de Kweekschool om onderwijzeres te worden (wat ze later ook werd) en haar jongere broer zelfs naar het Gymnasium en de universiteit waar hij theologie ging studeren en dominee werd. Mijn moeder las veel en deed aan muziek en sport. Ze speelde een beetje viool, terwijl haar vader haar op het huisorgel begeleidde, en ze tenniste wat. Ze is noch met de viool noch met het tennis doorgegaan en of ze goed was zou ik niet durven zeggen. Ze kon uitstekend met haar vader overweg, dat weet ik wel. Mijn opa was een wat statige man, maar ook hij deed volop aan muziek en tennis. En hij hield van fietsen! Nog in 1942, midden in de oorlog dus, trok hij er samen met mijn moeder op uit voor een meerdaagse fietstocht vanuit Delft naar de Veluwe, waarbij vader en dochter in jeugdherbergen kampeerden. Toen ik dat later hoorde vond ik dat maar raar. Wie gaat er nou midden in de oorlog kamperen? Maar hieruit bleek dus wel dat het gewone leven nog lang door ging. Pas in 1943 en daarna werd het grimmig, maar in 1942 konden veel mensen nog gerust met vakantie. Later veranderde dat ingrijpend. Mijn moeder heeft me wel verteld hoe ze ooit, begin 1945, eens op de Markt in Delft stond, terwijl er een Duitse V1 plots stil boven haar hoofd hing. Die V1’s werden afgevuurd vanaf vliegveld Ypenburg. Ze bleven nog wel eens ‘hangen’ in de lucht voordat ze verder vlogen richting Engeland. Mijn moeders hart klopte in haar keel van angst en ze stond als aan de grond genageld, totdat de vliegende bom zijn weg vervolgde.

Al sinds haar kleuterjaren had mijn moeder een drietal hartsvriendinnen. Zij noemden zichzelf ‘het Olijke Clubje’ en zijn elkaar hun hele verdere leven blijven ontmoeten, ook toen ze ouder werden en over het land verspreid raakten. Totdat de een na de ander wegviel. Van het Olijke Clubje is momenteel nog één lid daadwerkelijk in leven. Zij wordt komende herfst 100 jaar en ik spreek haar nog geregeld. Pas met haar dood zal het Clubje definitief worden begraven.

Toen mijn moeder van school ging, in 1938/’39, deed ze eerst nog wat vervolgcursussen op het gebied van handelskennis en correspondentie. Ze leerde typen en steno. Daarna vond ze een mooie baan bij de befaamde Van Marken’s Drukkerijen in Delft waar ze secretaresse werd van de directeur, de heer Gondrexon. Het was niet alleen een handelsdrukkerij, en een dochtermaatschappij binnen het Van Marken-concern, maar ook de huisdrukker van de Gist- en Spiritusfabriek en andere grote ondernemingen in Delft. Mijn moeder maakte tevens deel uit van de redactie van het personeelsblad. De heer Gondrexon hield van drukwerk, naast zijn baan als directeur was hij een vermaard bibliofiel en verzamelaar. Mijn moeder heeft een levenslange bewondering voor hem overgehouden aan de jaren dat zij voor hem werkte. Zij hield ook van boeken immers en las altijd al heel veel. Mevrouw Gondrexon fokte Bassethounds en mijn moeder ging geregeld met een van de hondjes wandelen.

In de oorlogsjaren leerde ze mijn vader Freek kennen. Die zat bij haar broer op school, op het Gymnasium in Delft, en had net als hij het plan om later theologie te gaan studeren. De beide jongens waren al klaar met school, maar vanwege de oorlog konden ze nog niet gaan studeren, want de universiteiten waren gesloten. Ze zullen eindeloos met elkaar en met een vriendengroep hebben gepraat over van alles en nog wat en kwamen geregeld bij elkaar over de vloer. Bij die gelegenheden moeten mijn ouders elkaar hebben ontmoet. De jongens waren ook betrokken bij een kleine verzetsgroep in Delft die het krantje Veritas uitbracht in de laatste oorlogsjaren. Mijn moeder werd ingeschakeld om het krantje rond te brengen, wat een riskante en gevaarlijke bezigheid was. Mijn moeders broer Leen is zelfs nog opgepakt eind augustus 1944 samen met een hele groep van zijn maten, vanwege hun werk voor Veritas. Ze werden naar het politiebureau Haagse Veer in Rotterdam overgebracht en het had nog heel slecht met hen kunnen aflopen, maar in de verwarrende dagen rond Dolle Dinsdag werden ze vrijgelaten.*) Mijn vader was daar trouwens niet bij, maar hij en zijn ouders kregen in verband hiermee wel bezoek van Nederlandse medewerkers van de SD, terwijl de krantjes onder de sofa lagen (zo gaat het familieverhaal).

In diezelfde tijd moeten mijn ouders zich hebben verloofd. In hun trouwringen staat de datum 31 augustus 1944 gegraveerd. Dat was dus Koninginnedag (verjaardag koningin Wilhelmina), maar in een tijd dat die niet gevierd mocht worden.

Na de oorlog ging mijn vader alsnog theologie studeren in Leiden, terwijl mijn moeder al die tijd bleef werken voor Van Marken’s Drukkerijen. Pas toen mijn vader was afgestudeerd, eind 1950, en hij begin 1951 zijn eerste baan als dominee in een minuscuul plattelandsdorpje in Drenthe kreeg aangeboden, kon er worden getrouwd. Hun huwelijk werd voltrokken op 18 mei 1951 in het stadhuis aan de Markt in Delft en een uurtje later kerkelijk ingezegend aan de overkant in de Nieuwe Kerk; plekken met meer geschiedenis dan waar zij zich op dat moment druk over zullen hebben gemaakt. Mijn moeder zegde haar baan bij Van Marken op (dat had waarschijnlijk toch wel gemoeten, voor gehuwde vrouwen was doorgaans geen plaats in het bedrijf) en vertrok met mijn vader naar Drenthe waar in de daaropvolgende zes jaar haar beide kinderen, ik als laatste, geboren zouden worden. Een complete uitzet, waaronder een servies met 24-delig bestek, gekregen als huwelijksgeschenk, verhuisde mee. Ik heb het nog dagelijks in handen. [tekst loopt door na de foto]

Uit de serie trouwfoto’s gemaakt op 18 mei 1951. Mijn vader haalt mijn moeder op van haar huisadres, Heemskerkstraat 4 in Delft. Links een neef en een nicht als bruidskinderen.

Aan een veelzijdig leven als domineesvrouw aan mijn vaders zijde kwam een eind in 1983 met de vroegtijdige dood van mijn vader. Mijn moeders wereld stortte in. Ze heeft nog 7 jaar geleefd, maar haar laatste jaren werden overschaduwd door dat verdriet, ook al beleefde ze heus wel momenten van vreugde. Ze was dol op haar kat en haar tuin en probeerde haar sociale leven zo goed mogelijk voort te zetten. Ze overleed op 21 april 1990 en werd op haar verjaardag, 28 april, begraven, vandaag precies 32 jaar geleden. Vanavond zullen we ter ere van haar verjaardag haar lievelingsgerecht eten; asperges met ham en ei, van haar mooie servies, met haar mooie bestek.

*) Informatie van Wouter Meeder die al enige tijd onderzoek doet naar de precieze gang van zaken rondom het blad Veritas.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s