Eke, een toekomst in suiker gesmoord

Ekes Japanse POW-kaart. Hun woonadres in Malang staat er op vermeld (Nat. Archief)

Afgezien van een aangetrouwde tante die in 1926 in Soerabaja werd geboren en een neef die met een vrouw van Molukse afkomst is getrouwd, kent mijn familie nauwelijks connecties met voormalig Nederlands-Indië. Er werd wel eens verhuisd, van Naaldwijk naar De Lier, of van Dordrecht naar Delft, maar dat stelt weinig voor. Mijn opa Rients was de reislustigste van mijn directe voorvaders, hij verhuisde rond 1909 vanuit Friesland naar Delft. Maar dan is er nog Eke van der Zee. Eke was de zoon van de broer van mijn opa en daarmee dus mijn achterneef. Zijn vader, die ook Eke heette, was net als mijn opa Rients in het begin van de twintigste eeuw het verarmde Friesland ontvlucht voor een carrière elders. Mijn opa had het, met wisselend succes, geprobeerd in het bedrijfsleven, maar Eke senior (1878-1944) had zijn kansen in het openbaar bestuur gezocht. Hij werd uiteindelijk gemeentesecretaris van de gemeente Breukelen-Nijenrode, een voorname plattelandsgemeente met mooie landhuizen aan de Vecht. Daar trouwde hij met Gerritdina Nijhoff en werden hun vijf kinderen geboren. De jongste zoon stamt uit 1912 en werd ook Eke genoemd, een mooie Friese naam die al sinds het begin van de 19de eeuw regelmatig in de Van der Zee-familie voorkomt.

Er is ontzettend veel dat ik niet weet van Eke junior. Maar zijn leven verliep uiteindelijk schokkender dan iemand ooit had kunnen voorzien. Zijn moeder Gerritdina Nijhoff overleed helaas al in 1925 toen hij pas 13 was. Zijn vader Eke senior hertrouwde een paar jaar later. Eke volgde een technische opleiding op middelbaar niveau. Toen hij midden twintig was en zich intussen had verloofd met Jozina Riede, een meisje uit Rheden bij Arnhem, staat als zijn beroep ‘suikerchemiker’ vermeld. Een suikerchemiker is iemand die op praktische wijze technische processen begeleidt binnen de suikerindustrie. Om stroop te maken bijvoorbeeld, of verwerkingen te bedenken voor restproducten; het was een tamelijk technisch beroep, we zouden het tegenwoordig ‘voedseltechnoloog’ noemen. Je kon voor suikerchemiker studeren aan diverse technische opleidingen in Nederland, in Deventer en in Amsterdam onder andere. Uiteindelijk kwamen de meeste suikerchemikers terecht bij een van de vele suikerfabrieken in Nederlands-Indië. Daar was volop werk voor bekwame ambitieuze jongemannen. En zo moet het ook met Eke van der Zee zijn gegaan. Voor zijn vader was de stap van Friesland naar Utrecht al een grote geweest, voor Eke junior lagen de ambities verder. Indië, het Nederlands-Indië van de jaren ’30 oefende een enorme aantrekkingskracht uit. Het ging er economisch zeer voorspoedig, in de rubber-, de olie- en de suikerindustrie. In Indië kon je wat bereiken, uiteraard vanuit Hollands perspectief gezien. Over de kansen van de Indonesiërs zelf hebben we het nu even niet.

Eke liet zijn verloofde achter in Nederland. Ik weet (nog) niet wanneer hij precies naar Indië is vertrokken, dat zal midden jaren ’30 zijn geweest. We treffen hem weer aan in een akte van 30 november 1938. Hij woont dan in de suikerstad Kertosono op Oost-Java waar hij met de handschoen in het huwelijk treedt met zijn verloofde Jozina. De rol van bruidegom in Nederland wordt vervuld door Jozina’s broer Abraham; Ekes oudere broer Haring Jonathan is getuige.

De Tjelaket in Malang begin jaren 30 (Coll. Tropenmuseum, Wikimedia)

Waarschijnlijk is Jozina kort na de huwelijksvoltrekking naar Java vertrokken. Eke werkte in die tijd voor verschillende suikerfabrieken, in Kertosono en Mojokerto. Op 9 december 1939 werd in de Eschauzierkliniek in Mojokerto hun dochter Elise Marianne geboren. De advertentie in De Indische Courant van die dag vermeldt als woonadres van het echtpaar de Suikerfabriek Poerwoasrie in Kertosono. Ekes carrière ging voorspoedig. Een paar jaar later blijkt het echtpaar te wonen in de stad Malang, aan de Tjeleket, een mooie, met bomen omzoomde boulevard in die hooggelegen provinciestad met zijn prettige klimaat. Het was een populair woonoord. De huizen die er in die tijd ten behoeve van de Nederlandse middenklasse werden gebouwd in koloniale art-deco-stijl, staan er veelal nog. Hun leven moet daar toch wel idyllische vormen hebben gehad, met alle geneugten van het Nederlands-Indisch koloniale bestaan van die tijd. Ze hadden ongetwijfeld huispersoneel, een baboe voor de kleine, een kokki, een djongos. Misschien hadden ze zich in het plaatselijk verenigingsleven gestort. Ze zullen er brieven over naar huis hebben geschreven en thuis, in Breukelen, zal men zich hebben verbaasd over dit succesvolle familielid in de Oost. Maar lang zou deze idylle niet duren.

Na 1940 is Nederland in oorlog, vanaf 1941 ook met Japan. Eke was al 29 maar waarschijnlijk nog dienstplichtig en werd opgeroepen om zich te melden bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger, het KNIL. Hij wordt ingedeeld bij de Genie als gewoon soldaat met stamboeknummer 169612. Nu zijn de KNIL-archieven en met name de militaire stamboeken uit deze jaren enigszins in de war en deels verloren. De precieze datum van zijn indiensttreding heb ik daardoor nog niet kunnen vinden, daar is meer onderzoek voor nodig. Dat hij bij de Genie komt is niet zo verwonderlijk, gezien zijn technische opleiding en achtergrond.

De Japanse aanval op Indië begint op 17 december 1941 met Borneo. De aanval op Java volgt op 1 maart; Batavia wordt op 5 maart veroverd en Soerabaja op Oost-Java, waar Eke mogelijk gelegerd was op 8 maart, waarna het KNIL capituleerde. Het was snel voorbij. De volgende dag, op 9 maart 1942 wordt Eke krijgsgevangen gemaakt en begint voor hem een tocht door verschillende krijgsgevangenkampen. Eke verblijft eerst in een kamp op Java, maar op 15 augustus 1942 wordt hij overgebracht naar Thailand en verblijft daar in verschillende kampen voor werk aan de beruchte Birma-Siam spoorweg. Waar hij precies verbleef en wat hij er heeft gedaan is niet bekend. Over de omstandigheden waaronder hij gevangen werd gehouden kunnen we alleen speculeren op basis van getuigenverklaringen van overlevenden. Het leven was er een hel, laten we het daar bij houden.

In september 1944 wordt Eke vanuit het gevangenenkamp bij Chungkai in Thailand op transport gezet naar Japan, waarschijnlijk om daar als dwangarbeider te worden ingezet voor de Japanse industrie. Het transportschip Hofuku Maru (ook wel Toyofuku Maru genoemd), had 1289 krijgsgevangenen aan boord. Op 4 juli vertrok het samen met nog 12 andere schepen, waarvan 5 geladen met Engelse en Nederlandse krijgsgevangen in een konvooi vanuit Singapore. Onderweg in de Zuid-Chinese Zee tussen Malakka en Borneo werd het konvooi door Engelse en Amerikaanse onderzeeërs met torpedo’s bestookt. Op 8 juli werd de haven van Miri aan de noordkust van Borneo bereikt. Hier bleef de Hofuku Maru achter om de bij de torpedo-aanval ontstane schade te repareren. De mannen in de ruimen hadden tekort aan drinkwater; velen waren ernstig verzwakt en sommigen stierven. Na drie weken ging het verder naar Manila.

Op 21 september 1944 vertrok het konvooi vanuit Manila in noordelijke richting. Nog diezelfde dag werd het ten westen van Luzon, vlak onder de kust, aangevallen door wel 100 Amerikaanse bommenwerpers. De Hofuku Maru kreeg tenminste twee vol­treffers, waardoor het schip binnen 2 minuten zonk. Vermoedelijk werd het gehele konvooi tot zinken ge­bracht. Drenkelingen in het water werden ook nog beschoten door de vlieg­tuigen, omdat de vliegers dachten dat het Japanners waren. In totaal hebben 1047 van de mannen aan boord van de Hofuku Maru het niet over­leefd; de overigen bereikten de Filippijnse kust, sommigen op vlotten, door te zwemmen of door redding met een Japans schip en werden over­gebracht naar een kamp ten noorden van Manila. Onder de geredden bevonden zich 29 Nederlanders. Maar Eke van der Zee behoorde daar niet toe. In totaal kwamen er op alle schepen samen naar schatting 5000 krijgsgevangenen om bij dit bombardement.

De plek van het bombardement en het gezonken schip, NB 15°01´, OL 120°02´, staat officieel gekenmerkt als Nederlands oorlogsgraf. En ook Ekes graf moeten we daar plaatsen.

Het schip Hofuku Maru, vermoedelijk eind jaren 20.

Wat de Geallieerden bezielde om een konvooi met voornamelijk krijgsgevangenen zo te beschieten is niet duidelijk. Waarschijnlijk had men strategische motieven, om te voorkomen dat de Japanse oorlogsindustrie zou worden versterkt. Of men wist niet dat er gevangenen aan boord waren, dat kan natuurlijk ook. Maar het blijft weerzinwekkend.

Het leven van Eke van der Zee dat zo veelbelovend was begonnen, was op 21 september 1944 in elk geval voorbij. Zijn vader Eke senior overleed kort daarop, op 10 december. Wist hij toen al wat er met zijn jongste zoon was gebeurd? Waarschijnlijk niet. Hoe het Ekes weduwe en kind is vergaan is iets wat ik nog moet uitzoeken, waarbij ik een beroep zal moeten doen op de kennis van nog levende (verre) familieleden. Het verhaal is nog niet ten einde.

Met update: 22 december 2021 (Dienstplicht, Suikerfabriek Poerwoasrie en de geboorte van Elise Marianne), mede dank zij enkele mededelingen van Kenniscentrum Bronbeek.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s