Froukje en de palingaken van Heeg

Friese palingaken, aangemeerd aan hun vaste ligplaats, bij de vismarkt van Billingsgate op de Theems in Londen. Foto rond 1900, Collectie Fries Scheepvaartmuseum, Sneek.

Froukje Klases werd geboren in 1778 in Tjalhuizum, een dorpje even ten noordwesten van Sneek. Ze was de derde dochter van Klaas Piers en Bieke Klazes Jellema. Klaas Piers was ‘huisman’, landbouwer. Het was een eenvoudige boerenbedoening op het Friese platteland. De voorouders van Froukjes moeder waren ooit in betere doen geweest en heel in de verte zelfs gelieerd aan de Roorda’s van Tzummarum, een familie van grondbezitters en grietmannen. Maar dat was allemaal lang geleden. Het bezit was verwaterd, het land verarmd. Het doopsgezinde geloof had plaats gemaakt voor het hervormde.

Eind 18de eeuw was het gezin naar Heeg verhuisd. In Heeg was werk, daar werden schepen gebouwd. Daar werd vis verhandeld en veel geld verdiend. Klaas Piers had de achternaam van zijn vrouw aangenomen, nog vóór het verplicht werd. Klaas Piers Jellema heette hij nu en zijn dochter Froukje Klases Jellema, ook al kon ze haar eigen naam niet schrijven.

In Heeg leerde Froukje de schippersknecht Harmen Freerks kennen. Een stoere zeeman. Hij voer als stuurman op een palingaak onder schipper Age Lourens Wildschut. De palingaken waren stevige houten zeilschepen, geschikt voor de vaart op zee, maar hadden slechts een bemanning van drie. Ze beschikten over een grote bun in het ruim waarin de paling levend werd vervoerd. Die paling werd in Heeg overgeslagen en verhandeld, en daarna vervoerd naar Londen. De Friese palingaken hadden sinds jaar en dag hun eigen toegewezen ligplaatsen op de Theems, vlakbij London Bridge, een oeroude traditie, die mogelijk terug gaat op middeleeuwse tijden en privileges.

Froukje Jellema en Harmen Freerks trouwden in 1806. Misschien was ze al zwanger. Hoe dan ook, in 1807 werd hun dochter Riemke geboren. Later dat jaar bereikte Froukje de droeve tijding dat haar man Harmen in Londen overboord was geslagen en in de Theems verdronken. Heeft hij zijn dochter nog gezien of zat hij al in Engeland? De tijden waren zwaar, de handel van Nederland met de rest van de wereld was zo goed als tot stilstand gekomen. Het Koninkrijk Holland, sinds 1806 een vazalstaat van Frankrijk onder koning Lodewijk Napoleon, was in voortdurende oorlog met Engeland. Ook de palinghandel verging het slecht. Heeg was in crisis.

Notariële akte van 8 mei 1818, waarin de dood van Harmen Freerks wordt bevestigd door twee schippers van de palingschepen, Age Lourens Wildschut en Roelof Lourens Bovenkamp.

Daar zat Froukje dan, een weduwe met kind. Op zichzelf aangewezen. Gelukkig had ze familie die haar een beetje ondersteunde. Haar schoonzus, Antje Freerks, was getrouwd met meester-scheepstimmerman Haring Tjibles, bouwer van palingaken en andere houten schepen. Froukje werd dienstbode in het scheepsbouwersgezin, dat drie kinderen telde. Haar rol in het gezin werd in de loop der jaren steeds belangrijker, zeker nadat Antje ziek was geworden. In 1815 overleed Antje Freerks, na een ‘langdurige sukkeling’ zoals haar overlijdensakte vermeldt.

Het lag voor de hand dat Froukje de moederrol in het gezin overnam, in meer dan één opzicht. Haring Tjibles had inmiddels de achternaam Van der Zee aangenomen. Froukje raakte zwanger van hem en op 13 mei 1818 werd hun zoon Jan geboren. Een maand later, op 6 juni 1818, trouwden Haring Tjibles van der Zee en Froukje Klases Jellema voor de wet op het stadhuis van Heeg. Eerst schoonzus en zwager, nu man en vrouw, een situatie die op het platteland meer dan eens voorkwam, en niet alleen in Friesland. De akte werd opgemaakt, de voorgaande huwelijken van bruid en bruidegom werden nauwgezet in de huwelijkse bijlagen vermeld. Froukje echter kon nog steeds niet schrijven.

Het gezin telde in totaal zes kinderen: drie kinderen uit het huwelijk van Haring en Antje, en de dochter van Froukje. Haring en Froukje kregen na Jan (1818-1889) nog een dochter, Bieke (1821-1865). Bieke trouwde met een Harlinger ‘gleibakker’ (geglazuurd aardewerk). Jan werd ook scheepsbouwer en verhuisde naar Franeker, waar hij begin jaren ’40 een scheepswerf begon op Zevenhuizen.
Froukje van der Zee-Jellema, mijn ‘oud-moeder’ (6de generatie), overleed in Heeg, op 21 oktober 1834, 56 jaar oud.

Advertenties

One comment

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s